
Door: Tom Vercammen & Jeroen Caers (België)
We beseffen het misschien niet altijd, maar de opvattingen en technieken die in de bergsport gebruikt worden, wijzigen continu. Fabrikanten ontwikkelen voortdurend nieuwe apparaten (denken we bijvoorbeeld maar aan het groot aantal afdaal- en zekeringstoestellen die op de markt zijn) en ongevalanalyses leggen de sterke en zwakke punten van de huidige touwtechnieken bloot (bvb. de wijze waarop een bulinknoop belast kan worden). Op zich is deze evolutie positief, maar zonder een degelijk overzicht leidt dit snel tot verwarring. Welke technieken en apparaten dragen inderdaad bij tot een verhoging van de veiligheid in het alpinisme en hoe, of nog beter in welke omstandigheden, zijn ze toepasbaar?
In dit kluwen aan informatie probeert Robert Steenmeijer orde te scheppen in zijn "Handboek touwtechnieken voor de bergsport; van gletsjers tot bigwall." recent gepubliceerd bij Tirion. Door een combinatie van doorgedreven analyse en een degelijke beschrijving van de verschillende technieken, aangevuld met praktische tips, die duidelijk gebaseerd zijn op het stevige fundament van een jarenlange praktijkervaring, wordt dit boek meer dan slechts een uiterst volledige opsomming, maar slaagt de auteur er in om dit werk te laten uitgroeien tot een echt standaardwerk binnen de bergsport. In niet minder dan 29 hoofdstukken wordt ingegaan op de vele aspecten van het alpinisme; van yoyo's, klettersteigen, toerskiën, over ijsklimmen tot zelfs big wall- en expeditieklimmen.
Naast de volledigheid van dit werk is ook de kwaliteit en het aantal figuren opmerkelijk. Geen onduidelijke schema's, maar eenduidige, kleurrijke tekeningen die niet alleen tonen hoe het wel moet, maar dikwijls bijkomend ook wijzen op fouten of gevaarlijke situaties die zich kunnen voordoen. Verder wordt de verzameling van talrijke figuren rijkelijk aangevuld door foto's. Deze hebben niet echt als doel de verduidelijking van de beschreven technieken, maar dit is zeker geen tekortkoming! Het is immers altijd wel fijn om "oude bergbekenden" of toekomstige tochtdoelen in een handboek terug te vinden. De foto's en figuren maken dit boek bovendien niet alleen tot een rijkelijk geïllustreerd geheel, maar nodigen uit tot het doorbladeren en lezen van dit prachtig werk. Voor wat de tekst betreft, koos Robert Steenmeijer voor een erg persoonlijke aanpak. In plaats van een droge opsommende beschrijving te geven van de verschillende technieken en apparaten, koos de auteur resoluut voor een eerder adviserende analyse.
Belangrijk hierbij is dat niet alleen de voor- en nadelen besproken worden, maar dat ook de nodige ruimte wordt genomen om in te gaan op het waarom. Geen eenvoudige taak, vermits hierbij wiskundige formules en tabellen, hoewel zeker niet in overmaat aanwezig in het boek, toch ook niet echt vermeden kunnen worden. Velen onder ons zullen het zich wel eens anders gewenst hebben, maar een klimmer blijft immers onderworpen aan de in de natuur geldende wetten van de fysica. In de eerste twee hoofdstukken worden de gebruikte formules echter voldoende duidelijk uiteengezet. Een duidelijk pluspunt voor een goed handboek. Daarnaast maakt de auteur in de verschillende hoofdstukken regelmatig plaats voor het voorstellen van verbeterde methoden, beknopte samenvattingen of praktische tips. Interessant is ook de bespreking van een aantal probleemstellingen zoals o.a.: Wel of niet met een borstgordel klimmen? Breeksterkte van zandlopers. Zekeringsmogelijkheden in sneeuw. De zin of onzin van het sonderen met piolets op gletsjers.
Dit alles maakt het "Handboek touwtechnieken voor de bergsport; van gletsjers tot bigwall." naar mijn mening tot een absolute aanrader.
Hoogtelijn nummer 3, 2002 door Martijn Schell
Het heeft even op zich laten wachten, maar nu is het handboek touwtechnieken voor de bergsport er dan eindelijk. Robert Steenmeijer heeft met zijn jarenlange ervaring in alle disciplines van de bergsport een prachtig boek geschreven over touwtechnieken in verschillende soorten terrein: van gletsjer tot big wall. Een dik boek over touwtechnieken lijkt vooral taaie kost te beloven. Bij het openslaan valt direct de rust en overzichtelijkheid op. Bergsporttechnieken zijn voor veel Nederlanders complex; een goede visualisatie is wenselijk. Het is heel belangrijk om zo'n boek ontspannen te kunnen lezen. Dat kan. Onder meer doordat illustraties en foto's rijk vertegenwoordigd zijn. Foto's met bijschrift wel te verstaan!
Door de heldere vormgeving en duidelijke tekeningen valt het nauwelijks op dat de foto's niet allemaal van een goede kwaliteit zijn. Vooral naar de tekstuele inhoud was ik erg benieuwd. De bekende uitgaven van de Duitse goeroes zijn al prima te noemen. Het handboek touwtechnieken voor de bergsport is in een soepele stijl geschreven. Het leest gemakklijk weg. In de inleiding wordt aandacht besteed aan het waarom van de jij-vorm, de keuze van de terminologie en aan het feit dat er meer is dan de 'NKBV-standaard'. Dit waardeer ik wel. Steenmeijer gaat duidelijk geen discussies uit de weg. Hij laat in zijn boek zijn mening over bepaalde kwesties blijken. Het gebruik van de heupgordel in combinatie met een borstgordel bijvoorbeeld. In sommige situaties is het voor de niet-doorgewinterde klimmer nog wel eens onduidelijk waarom een bepaalde oplossing beter is.
Het handboek is interessant voor de beginner die al af en toe in de bergen komt, maar zeker ook voor de Nederlandse 'deskundige' zoals een NKBV-Instructeur. Niet alleen de basis van de mechanica en het zekeren van je touwpartner komen aan bod. Het handboek staat ook boordevol tips uit de praktijk. Er wordt onder andere uitgebreid aandacht besteed aan zaken als het maken van touwbruggen, het klimmen aan kort- en langtouw en het uitbreken van haken, klemblokken en zandlopers.
Bij het lezen van deze technische informatie blijf ik echter wel zitten met de vraag hoe Steenmeijer eraan is gekomen? Een verwijzing naar zijn kennisbronnen had wat mij betreft het handboek touwtechnieken voor de bergsport nog completer gemaakt. De genoemde touwtechnieken zijn helder weergegeven, maar sommige zijn wat oud. Ik mis bijvoorbeeld nieuwe handigheidjes met apparaten zoals de tibloc en de gi-gi (magic plate), die perfect te gebruiken zijn bij diverse reddingstechnieken. Maar ja, er moeten natuurlijk nog wat trucs overblijven voor als je daadwerkelijk een keer met de gids op pad gaat!
Dit boek is een must voor elke bergsporter in Nederland. Het leest makkelijk weg en is bijzonder compleet te noemen. Het komt goed tot zijn recht als aanvulling op het veelgeprezen boek Sichertheit und Risiko in Fels und Eis van Pit Schubert en 3x3 Lawinen van Merner Munter.
Ondanks alle zorg die we besteed hebben aan het tot stand komen van het "Handboek: Touwtechnieken voor de Bergsport" door Robert Steenmeijer, zijn er toch een paar kleine foutjes in geslopen.
Bij deze de foutjes en de verbeteringen:
1) Pagina 25, 10 regel. Er staat '((4800*2)+800)*2=17,6 kN'. Dit moet zijn: '((4000*2)+800)*2=17,6kN'.
2) Pagina 146. Met een totale hoek tussen beide vaste punten moet de formule NIET zijn F(2)=1/2 F(1)/cosa, MAAR F(2)= 1/2 F(1)/cos (1/2a).
3) Pagina 285, Selbstseilrolle. In de tweede alinea, punt 2 staat dat je het prusikje naar beneden moet schuiven. Dit moet natuurlijk naar boven zijn.
4) De 'friends' van Black Diamond worden 'Camelot' genoemd. Dit moet natuurlijk 'Camalot' zijn.
5) Pagina 168. In de berekening van de glijsnelheid is geen rekening gehouden met de hoek van sneeuwhelling. 'a = g = 10 m/^2' moet dus zijn: 'a = g x sin 30 = 5 m/^2'. Hieruit volgt dat de glijsnelheid 39 km/h uur is. Dit is weliswaar minder dan de genoemde 56 km/h, maar de rest van het betoog blijft van kracht.
6) De tekening van de Steinknoten op pagina 41 is niet juist. Hieronder de juiste tekening:
7) In de tekeningen 2.14 en 2.15 op pagina 36 is een foutje geslopen. Hieronder de juiste tekeningen:
Handboek Touwtechnieken voor de Bergsport, vervolg recensies en errata
Staatlich geprüfter Österreichischer Berg- und Schiführer
info@robertsteenmeijer.nl
06 - 2000 5258